Een bedrijfsverzamelgebouw huisvest vaak tientallen bedrijven onder één dak: kantoren, praktijkruimtes, ateliers en soms lichte bedrijvigheid. Juist die mix maakt het energielabel verwarrend. Geldt de labelplicht voor het hele pand of voor elke unit apart? En wie moet het label eigenlijk regelen: de eigenaar, de Vereniging van Eigenaren of de huurder? In dit artikel zetten we de regels voor 2026 op een rij, zodat u weet waar u aan toe bent.

Wat maakt het energielabel van een bedrijfsverzamelgebouw bijzonder?

Een bedrijfsverzamelgebouw is zelden één homogene ruimte. Onder één dak zitten verschillende gebruiksfuncties met heel uiteenlopende energiebehoeften. Een verwarmd kantoor gebruikt energie op een andere manier dan een opslagruimte of een werkplaats. In de rekenmethode NTA 8800, de methode achter elk energielabel, weegt die gebruiksfunctie zwaar mee. Daardoor kan hetzelfde gebouw meerdere labels opleveren, afhankelijk van hoe u het opdeelt en beoordeelt.

Geldt de labelplicht ook voor een bedrijfsverzamelgebouw?

Ja. Voor vrijwel alle bedrijfspanden geldt een energielabelplicht op transactiemomenten: bij verkoop, bij nieuwe verhuur en bij oplevering van nieuwbouw. Verhuurt u losse units in uw bedrijfsverzamelgebouw, dan komt dat moment regelmatig langs. Bij elke nieuwe huurovereenkomst moet u de huurder een geldig energielabel kunnen tonen. Meer hierover leest u in ons artikel over het energielabel bij verhuur van een bedrijfspand. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor onverwarmde opslag zonder energiegebruik voor het binnenklimaat, maar reken daar niet te snel op.

Eén label voor het hele gebouw of een label per unit?

Dit is de kernvraag. Het uitgangspunt is dat een energielabel hoort bij een zelfstandig deel van een gebouw dat apart gebruikt kan worden. Een unit met een eigen toegang, eigen installaties en een eigen meterkast kan een eigen label krijgen. Ruimtes die bouwkundig en installatietechnisch met elkaar samenhangen, worden vaak samen beoordeeld.

In de praktijk komt het meestal op het volgende neer:

  • verhuurt u zelfstandige units, dan is een label per unit logisch en vaak nodig, omdat elke huurder bij aanvang een label wil zien;
  • is het gebouw één geheel met gedeelde installaties, dan kan een label voor het hele gebouw passender zijn.

Welke aanpak bij uw pand klopt, hangt af van de indeling, de installaties en de manier van verhuren. Een energieadviseur bepaalt dit tijdens de opname. Wij benoemen het eerlijk: hier is geen standaardantwoord, het is maatwerk.

De energielabel C-plicht voor kantoorunits

Zitten er kantoren in uw bedrijfsverzamelgebouw, dan speelt sinds 1 januari 2023 een extra verplichting: kantoren moeten minimaal energielabel C hebben. Label C betekent een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar. Deze plicht geldt wanneer de kantoorfunctie minimaal 100 m2 beslaat en minstens de helft van het gebruiksoppervlak van dat deel uitmaakt. Kleinere kantoren en nevenfuncties vallen er vaak buiten.

Voor een bedrijfsverzamelgebouw draait het dus om de vraag: is een kantoorunit zelfstandig genoeg om als los kantoor te tellen, of is het een nevenfunctie binnen een groter geheel? Dat bepaalt of de C-plicht van toepassing is. Lees ook onze uitleg over de energielabel C-verplichting voor kantoren in 2026 en de uitzonderingen op die C-plicht. Handhaving loopt via de gemeente of de omgevingsdienst, die een last onder dwangsom kan opleggen of het gebruik als kantoor kan verbieden.

Wie is verantwoordelijk: eigenaar, VvE of huurder?

Bij een bedrijfsverzamelgebouw is de eigendomssituatie bepalend voor wie aan zet is.

  • Is er één eigenaar die units verhuurt, dan is die eigenaar verantwoordelijk voor een geldig label bij verhuur en, voor kantoorunits, voor het halen van label C.
  • Zijn de units in aparte handen met een gezamenlijke VvE, dan ligt de verantwoordelijkheid voor het eigen deel bij elke eigenaar, terwijl de gedeelde installaties en de gebouwschil een gezamenlijke aangelegenheid zijn.
  • Een huurder is doorgaans niet verantwoordelijk voor het label zelf, maar heeft er wel belang bij, want een beter label betekent lagere energiekosten.

Maak hierover heldere afspraken in de huurovereenkomst en, bij gesplitst eigendom, binnen de VvE. Zo voorkomt u dat niemand zich verantwoordelijk voelt en een verplichting blijft liggen.

Zo pakt u het energielabel voor uw bedrijfsverzamelgebouw aan

  1. Breng de indeling in kaart: welke units zijn zelfstandig, welke functies zitten erin en hoe zijn de installaties verdeeld?
  2. Bepaal de labelstrategie: per unit, per cluster van units of voor het hele gebouw.
  3. Verzamel de documentatie: bouwtekeningen, installatiegegevens en oppervlaktes versnellen de opname.
  4. Laat de opname uitvoeren door een erkend energieadviseur die utiliteitsbouw kent.
  5. Plan verbeteringen waar nodig, zeker als kantoorunits nog geen label C halen.

Wilt u weten welke maatregelen het meest opleveren om een unit of het hele gebouw te verbeteren, dan is een verduurzamingsadvies voor bedrijfspanden een logische eerste stap. Voor de labelaanvraag zelf kijkt u op onze pagina over energielabels voor bedrijfspanden.

Onzeker over uw situatie? Wij denken met u mee

De regels rond labels per unit, de C-plicht en de aankomende Europese eisen zijn in beweging. De herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen brengt de komende jaren strengere normen, maar de precieze invulling in de Nederlandse regelgeving wordt nog uitgewerkt. Wij zijn daar eerlijk over: voor uw specifieke pand is een opname op locatie de enige manier om zeker te weten hoeveel labels u nodig heeft en welke verplichtingen gelden.

Twijfelt u hoe het voor uw bedrijfsverzamelgebouw zit? Neem contact met ons op. Onze adviseurs kijken met u mee naar de indeling, de labelplicht en een realistisch plan om units of het hele gebouw te verduurzamen.

Inhoud gecontroleerd en actueel in 2026.