Sinds boekjaar 2024 mogen schoolbesturen de kosten van groot onderhoud niet meer verwerken via een egalisatievoorziening op basis van een klassiek meerjarenonderhoudsplan. De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) schrijft in Richtlijn 212 voor dat u kiest tussen een voorziening per component of activeren en afschrijven per component. In beide gevallen is een MJOP dat per bouwdeel is opgebouwd de basis. Dit artikel legt uit wat de componentenmethode inhoudt, wat het voor uw balans betekent en waar een MJOP aan moet voldoen om als onderbouwing te dienen.
Wat is de componentenmethode van RJ 212?
Richtlijn 212 gaat over materiële vaste activa. De kern van de componentenbenadering is dat een gebouw niet als één geheel wordt gezien, maar als een verzameling bouwdelen met elk een eigen gebruiksduur: het dak, de kozijnen, de cv-installatie, de dakbedekking, het schilderwerk, de ventilatie. Een dak gaat dertig tot veertig jaar mee, een cv-ketel vijftien, schilderwerk zes tot acht. Elk van die componenten krijgt in de administratie een eigen levensduur en een eigen vervangingsmoment.
Voor scholen ligt het net iets anders dan voor een gewoon bedrijf, omdat het economisch claimrecht op het gebouw meestal bij de gemeente ligt. Het schoolbestuur is wel verantwoordelijk voor het onderhoud, maar heeft het gebouw niet volledig op de balans staan. Daarom heeft de RJ in februari 2023, na een discussie van vijf jaar, twee routes opengesteld die vanaf 1 januari 2024 verplicht zijn.
Twee toegestane routes vanaf 2024
Route 1: voorziening groot onderhoud per component. U bouwt per bouwdeel tijdsevenredig een voorziening op. Kost de vervanging van het dak over twintig jaar 200.000 euro, dan reserveert u elk jaar 10.000 euro voor dat dak. Hetzelfde doet u voor elk ander component. De totale voorziening is de optelsom van al die deelreserveringen. Bij de overstap vanaf de oude egalisatiemethode wordt de voorziening naar rato berekend voor de jaren die al verstreken zijn, wat bij veel besturen tot een eenmalige correctie op het eigen vermogen heeft geleid.
Route 2: activeren en afschrijven. U neemt de kosten van groot onderhoud op de balans als component en schrijft ze af over de gebruiksduur van dat component. Deze route is verplicht voor gebouwen die volledig in eigendom zijn en voor alle kwalitatieve verbeteringen en uitbreidingen, ook als u voor het reguliere groot onderhoud de voorzieningsroute kiest. Een nieuwe warmtepomp ter vervanging van een gasketel is bijvoorbeeld een kwalitatieve verbetering en hoort dus op de balans.
Welke route het beste past hangt af van uw eigen vermogen, uw weerstandsvermogen en de afspraken met de gemeente. Uw accountant adviseert daarover. Wat in beide gevallen hetzelfde is: u heeft een MJOP nodig dat per component is opgebouwd, met reële vervangingscycli en actuele prijzen.
Waar moet een MJOP aan voldoen als onderbouwing?
De PO-Raad en VO-raad noemen dit een beleidsrijk MJOP. De eisen komen in de praktijk neer op het volgende. De horizon moet zo lang zijn dat elk component er minstens één keer in voorkomt, wat in de praktijk dertig tot veertig jaar betekent. Het plan bevat uitsluitend groot onderhoud: geen klein onderhoud en geen kwalitatieve verbeteringen, die horen in een apart investeringsplan. De onderhoudstermijnen en het prijspeil moeten reëel zijn, dus gebaseerd op de werkelijke conditie van het gebouw en niet op standaardtabellen. Gebouwdelen die binnen afzienbare tijd worden afgestoten blijven buiten beschouwing. En er wordt rekening gehouden met medefinanciering door de gemeente of subsidies zoals DUMAVA.
Voor de grens tussen klein en groot onderhoud hanteren besturen doorgaans een bovengrens van 1.000, 2.000 of 5.000 euro per post, afhankelijk van de omvang van de organisatie. Leg die grens vast in uw financieel beleid, zodat de accountant er niet elk jaar opnieuw over hoeft te beginnen.
Waarom een NEN 2767 conditiemeting de basis is
De componentenmethode staat of valt met betrouwbare vervangingsmomenten. Een dak dat volgens de tabel nog tien jaar meegaat maar in werkelijkheid conditiescore 5 heeft, geeft een verkeerde voorziening en een verkeerd beeld van uw vermogen. Een NEN 2767 conditiemeting legt per bouwdeel objectief vast in welke staat het verkeert, op een schaal van 1 tot 6. Dat is precies de indeling die de accountant nodig heeft: per component een conditie, een restlevensduur en een vervangingsbedrag. Daarom levert Encert het MJOP voor scholen altijd inclusief conditiemeting en per component opgebouwd, met een horizon van zestien jaar in detail en de langere vervangingscycli daarachter, zodat het plan zowel voor de jaarrekening als voor de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting bruikbaar is.
Wat betekent dit voor uw verduurzaming?
De componentenmethode maakt verduurzaming financieel overzichtelijker. Omdat elk component een eigen vervangingsmoment heeft, ziet u precies wanneer het natuurlijke moment is om een gasketel door een warmtepomp te vervangen of enkel glas door HR++ glas. Koppelt u dat moment aan een DUMAVA-aanvraag, dan financiert u een deel van de meerkosten met subsidie en activeert u alleen het restant. Een MJOP dat verduurzaming per component meeneemt is daarmee ook de onderbouwing voor het gesprek met de gemeente over het integraal huisvestingsplan.
Wat kost een MJOP volgens de componentenmethode?
Bij Encert kost een MJOP van zestien jaar inclusief NEN 2767 conditiemeting 3.950 euro excl. btw voor een basisschool tot 2.000 m2 en 9.500 euro voor een VO-school tot 8.000 m2. Een losse conditiemeting als startfoto van uw portefeuille begint bij 1.850 euro per gebouw. Vanaf vijf gebouwen geldt een volumekorting van 10 tot 20 procent. Alle tarieven staan in wat kost een MJOP voor een school.
Vraag een offerte aan voor uw schoolgebouwen
Veelgestelde vragen
Is de componentenmethode verplicht voor scholen?
Sinds boekjaar 2024 is de oude egalisatievoorziening op basis van een MJOP niet meer toegestaan. U kiest tussen een voorziening per component of activeren en afschrijven per component. Beide zijn een vorm van de componentenbenadering uit RJ 212.
Hoe lang moet de horizon van het MJOP zijn?
Zo lang dat elk component er minstens één keer in voorkomt. In de praktijk is dat dertig tot veertig jaar. Encert werkt de eerste zestien jaar in detail uit en neemt de langere cycli daarachter mee.
Kan ik mijn bestaande MJOP blijven gebruiken?
Alleen als het per component is opgebouwd, reële termijnen en prijzen bevat en geen klein onderhoud of verbeteringen bevat. Een MJOP op basis van standaardtabellen zonder conditiemeting voldoet meestal niet.
Wie beslist welke route wij kiezen?
Het bestuur, in overleg met de accountant. De keuze hangt af van eigendomssituatie, eigen vermogen en afspraken met de gemeente. Encert levert het MJOP dat beide routes onderbouwt, de accountant bepaalt de verwerking.
Bronnen: RJ-Uiting 2018-5 en 2019-14 (Richtlijn 212 Materiële vaste activa), berichten van de PO-Raad en VO-raad over de verwerking van kosten van groot onderhoud (februari 2023) en de veelgestelde vragen van de PO-Raad daarover.
Inhoud gecontroleerd en actueel in 2026.

