Een fabriek of productiehal valt in principe onder dezelfde energieregels als andere bedrijfspanden, maar er geldt een belangrijke nuance. Veel productiehallen zijn namelijk uitgezonderd van de energielabelplicht, terwijl een verwarmd kantoordeel er juist wel onder valt. Voor een industrieel pand is het daarom vaak lastiger te bepalen wat precies moet dan voor een gewoon kantoor. Hieronder zetten we op een rij wat er in 2026 geldt voor een fabriek of productiehal, zodat u weet welke verplichtingen op uw pand van toepassing zijn.

Heeft een fabriek of productiehal een energielabel nodig?

Dat hangt af van hoe het pand wordt gebruikt. Voor de meeste utiliteitsgebouwen is een geldig energielabel verplicht bij verkoop, bij een nieuwe verhuur en bij de oplevering van nieuwbouw. Deze plicht volgt uit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD), die in Nederland is vertaald naar nationale regels. Het label laat in een klasse van A tot en met G zien hoe energiezuinig een gebouw is en is maximaal tien jaar geldig. Voor een fabriek geldt echter een aparte uitzondering, die we hieronder toelichten. Een label voor het wel labelplichtige deel van uw pand regelt u via onze pagina over energielabels voor bedrijven.

De belangrijke uitzondering voor productiehallen

De Rijksoverheid noemt bedrijfspanden die zijn bedoeld voor opslag of bewerking, met fabriekshallen als expliciet voorbeeld, als categorie die is uitgezonderd van de energielabelplicht. Datzelfde geldt voor gebouwen die geen energie gebruiken om het binnenklimaat te regelen, zoals veel loodsen, schuren en onverwarmde hallen. De kerngedachte is dat het energielabel gaat over het comfort en energiegebruik van personen. Een hal die alleen wordt verwarmd voor een productieproces, of die helemaal niet wordt verwarmd of gekoeld voor de mensen die er werken, hoeft daarom vaak geen energielabel te hebben.

In de praktijk is de grens niet altijd scherp. Wordt de productieruimte wél verwarmd of gekoeld voor het comfort van medewerkers, dan kan de uitzondering vervallen. Omdat de precieze voorwaarden en definities per situatie verschillen en in de loop van de tijd zijn aangepast, is het verstandig uw specifieke pand te laten toetsen. Ga bij twijfel niet uit van de uitzondering, maar controleer de actuele regels bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Wel een label voor het kantoordeel

De meeste fabrieken hebben naast de productiehal een verwarmd deel: kantoren, een kantine, spreekkamers of een showroom. Voor dat deel ligt de situatie anders. Een verwarmd of gekoeld kantoordeel telt mee als een zelfstandig te gebruiken ruimte met een kantoorfunctie en kan daardoor labelplichtig zijn op de bekende momenten, dus bij verkoop, verhuur of oplevering. Het is dan ook goed mogelijk dat de productiehal zelf buiten de plicht valt, terwijl het bijbehorende kantoor er wel onder valt. Laat daarom altijd bepalen welke delen van uw pand welke functie hebben, voordat u aanneemt dat er niets hoeft.

Geldt de label C-plicht ook voor een fabriek?

Voor kantoren geldt sinds 1 januari 2023 dat ze minimaal energielabel C moeten hebben, en die eis is in 2026 nog steeds van kracht. Voor een fabriek is de vraag of het kantoordeel groot genoeg is om onder deze plicht te vallen. De C-plicht geldt in principe niet als de kantoorfunctie kleiner is dan de helft van de totale gebruiksoppervlakte, als het gezamenlijke kantoordeel kleiner is dan 100 vierkante meter, of als het om een monument gaat. Bij veel productiepanden is het kantoor relatief klein ten opzichte van de hal, waardoor de C-plicht vaak niet van toepassing is. Zeker is dat echter niet, dus laat het toetsen. Meer hierover leest u in ons artikel over de energielabel C-verplichting voor kantoren.

De energiebesparingsplicht: vaak zwaarder dan het label

Voor een fabriek is een andere verplichting meestal belangrijker dan het energielabel: de energiebesparingsplicht. Verbruikt een locatie meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 kubieke meter gas per jaar, dan moet u alle energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Daarbij hoort meestal ook een informatieplicht, waarbij u aan het bevoegd gezag rapporteert welke maatregelen u heeft uitgevoerd. Productiepanden zitten door hun machines, koeling en verlichting vaak ruim boven deze grenzen, waardoor de besparingsplicht in de praktijk een grotere rol speelt dan de labelplicht. De genoemde verbruiksgrenzen en termijnen kunnen wijzigen, dus ga uit van de actuele stand bij RVO.

Hoe wordt het energielabel voor een fabriek bepaald?

Als een deel van uw pand wel labelplichtig is, wordt het label berekend met de NTA 8800, de landelijke rekenmethode die voor alle gebouwen geldt. Een gecertificeerd adviseur voert een detailopname uit: hij neemt het gebouw ter plaatse op en kijkt naar de isolatie, de beglazing, de verwarming, de koeling, de ventilatie en de verlichting. Bewijsstukken zoals bouwtekeningen, gegevens over isolatiewaarden en specificaties van de installaties helpen om het label accuraat en zo gunstig mogelijk vast te stellen. Hoe meer onderbouwing beschikbaar is, hoe minder de adviseur hoeft terug te vallen op ongunstige standaardaannames. Meer over de rekenmethode leest u in ons artikel over de NTA 8800.

Verduurzamen van een fabriek of productiehal

Of er nu een labelplicht geldt of niet, verduurzamen loont bij een industrieel pand bijna altijd. De grote platte daken van veel fabrieken zijn geschikt voor zonnepanelen, dakisolatie beperkt het warmteverlies in verwarmde delen, en het vervangen van oude verlichting door LED verdient zich vaak snel terug. Ook het benutten van restwarmte uit productieprocessen en slimme sturing van installaties kan het verbruik flink verlagen. Welke maatregelen voor uw pand het meeste effect hebben, hangt af van het gebouw en het proces. Een verduurzamingsadvies brengt dit voor uw specifieke situatie in kaart, inclusief de volgorde en de te verwachten besparing. Voor de opslag- en logistieke varianten van industrieel vastgoed hebben we een apart artikel over het energielabel voor een bedrijfshal, magazijn of logistiek pand.

Zo weet u waar u aan toe bent

Begin met de vraag welke delen van uw pand welke functie hebben en of ze worden verwarmd of gekoeld voor personen. Bepaal daarna of de productiehal onder een uitzondering valt en of het kantoordeel labelplichtig is. Kijk vervolgens of de label C-plicht en de energiebesparingsplicht op u van toepassing zijn. Zo voorkomt u dat u onnodig een label laat opstellen, maar ook dat u een verplichting mist.

Wij nemen fabrieken, productiehallen, kantoren en andere bedrijfspanden in heel Nederland op, toetsen welke verplichtingen gelden en stellen waar nodig een erkend energielabel op, geregistreerd bij EP-Online. Neem vrijblijvend contact met ons op voor een prijsopgave of om uw situatie te bespreken.

Laatst gecontroleerd: september 2026. De genoemde eisen, uitzonderingen, oppervlaktegrenzen en verbruiksdrempels kunnen wijzigen. Controleer de actuele verplichtingen voor uw fabriek of productiehal bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Inhoud gecontroleerd en actueel in 2026.