Een camping of recreatiepark is zelden één gebouw. Vaak staat er een receptie met een klein kantoor, een winkeltje, een horecagelegenheid, sanitairgebouwen, soms een zwembad en een reeks recreatiewoningen, chalets of stacaravans. Elk van die onderdelen heeft een eigen functie, en dat maakt de energielabelregels voor een recreatiepark net wat ingewikkelder dan voor een gewoon bedrijfspand. Heeft u een label nodig als u het park verkoopt of als u losse recreatiewoningen verhuurt? Vallen onverwarmde gebouwen erbuiten? En wat betekent de energiebesparingsplicht voor een park met een zwembad en veel sanitair? Hieronder zetten we op een rij wat er in 2026 geldt.
Heeft een camping of recreatiepark een energielabel nodig?
Ja, maar niet als één label voor het hele terrein. Een energielabel hoort bij een gebouw met een bepaalde gebruiksfunctie, en op een park staan meestal meerdere gebouwen met verschillende functies. Voor elk gebouw dat wordt verwarmd of gekoeld voor mensen geldt in principe een labelplicht op drie momenten: bij verkoop, bij een nieuwe verhuur en bij oplevering van nieuwbouw. Dat volgt uit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD), die in Nederland in nationale regels is uitgewerkt.
In de praktijk betekent dit dat de receptie, de horeca en de recreatiewoningen ieder hun eigen label kunnen nodig hebben, terwijl een onverwarmd sanitairgebouw of een open kapschuur er buiten kan vallen. Ontbreekt een verplicht label op een transactiemoment, dan kan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de eigenaar een boete opleggen. De exacte boetebedragen kunnen wijzigen, controleer die dus bij de ILT als dat voor u speelt.
Recreatiewoningen: label bij verkoop en verhuur
Voor een recreatiewoning of vakantiewoning die u verkoopt of verhuurt, is een geldig energielabel verplicht. Sinds begin 2024 wordt hierop gehandhaafd en moet u de energielabelklasse bovendien vermelden in advertenties, ook op internet en sociale media. Een recreatiewoning wordt berekend met de woningmethodiek, dus met dezelfde systematiek als een gewone woning. Wat daarbij meespeelt, leest u op onze pagina over energielabels voor woningen.
Er is een belangrijke uitzondering die juist bij recreatie vaker voorkomt dan elders. Gebouwen die per jaar minder dan vier maanden worden gebruikt, met een verwacht energiegebruik van minder dan een kwart van het verbruik bij gebruik het hele jaar door, hoeven geen energielabel te hebben. Ook vrijstaande gebouwen kleiner dan 50 vierkante meter, tijdelijke bouwwerken voor maximaal twee jaar en gebouwen zonder verwarming of koeling zijn vrijgesteld. Of een specifieke recreatiewoning onder zo’n uitzondering valt, hangt af van het feitelijke gebruik en de installaties. Laat dit per situatie beoordelen, want een verkeerde inschatting kan bij verkoop of verhuur tot problemen leiden.
Receptie, winkel en horeca: aparte gebruiksfuncties
De centrale gebouwen op een park hebben een utiliteitsfunctie. Een receptie, een parkwinkel en een restaurant of snackbar worden bij de opname elk als eigen gebruiksfunctie behandeld en berekend met de rekenmethode voor utiliteitsgebouwen. Staan die functies in één gebouw, dan kan de adviseur per zone bepalen hoe het gebouw wordt gebruikt en verwarmd. Zo krijgt u een label dat past bij de werkelijke indeling.
Een veelgestelde vraag is of de verplichting om minimaal energielabel C te hebben ook voor een recreatiepark geldt. Die label C-plicht, die sinds 1 januari 2023 van kracht is en in 2026 nog steeds geldt, gaat uitsluitend over de kantoorfunctie. Bovendien geldt de eis niet als het kantoordeel kleiner is dan 50 procent van de totale gebruiksoppervlakte, en niet als de kantoorfunctie samen kleiner is dan 100 vierkante meter. Bij een receptie met een klein kantoortje blijft u vrijwel altijd onder die drempels, waardoor de label C-plicht op een recreatiepark zelden van toepassing is.
De energiebesparingsplicht: vaak het zwaarste punt
Voor een recreatiepark weegt de energiebesparingsplicht meestal zwaarder dan de labelplicht. Verbruikt u op één locatie meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 kubieke meter gas per jaar, dan bent u verplicht om alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Een park met een verwarmd zwembad, sanitairgebouwen met warm water, horeca en buitenverlichting komt sneller boven die grens dan u misschien denkt.
Welke maatregelen dit concreet zijn, staat in de Erkende Maatregelenlijst (EML) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarnaast geldt een informatieplicht: u meldt periodiek bij RVO welke maatregelen u heeft genomen. De precieze verbruiksgrenzen, meldtermijnen en formulieren kunnen wijzigen, dus controleer de actuele stand altijd bij RVO of uw omgevingsdienst, of laat u erover adviseren. Let op: de energiebesparingsplicht staat los van het energielabel. U kunt er dus mee te maken hebben, ook als geen van uw gebouwen label C nodig heeft.
Waar let de adviseur op bij de opname?
Alle labels worden berekend met de NTA 8800, de rekenmethode die voor alle gebouwen in Nederland geldt. Op een park is doorgaans per gebouw een aparte opname nodig, en voor de meeste gebouwen een detailopname. De adviseur bezoekt het terrein, meet de oppervlaktes op en legt per gebouw vast hoe het is opgebouwd, hoe het is geïsoleerd en welke installaties er zijn. Bij recreatiegebouwen spelen zaken mee die een gewoon pand niet kent, zoals grote glasgevels, warmwatervoorziening voor sanitair en de verwarming van een zwembad.
Bewijsstukken helpen om elk label accuraat en zo gunstig mogelijk vast te stellen. Denk aan bouwtekeningen, facturen van dak- of gevelisolatie, gegevens van de beglazing en specificaties van de verwarmings- en ventilatie-installaties. Hoe meer onderbouwing beschikbaar is, hoe minder de adviseur hoeft terug te vallen op ongunstige forfaitaire aannames.
Kansen om uw park te verduurzamen
De grootste kansen op een recreatiepark liggen vaak bij het zwembad, het warme water en de daken. Een zwembadafdekking, warmteterugwinning en een warmtepomp verlagen de warmtevraag van het bad fors. Grote dakvlakken van receptie, horeca en sanitair bieden ruimte voor zonnepanelen en dakisolatie. Overschakelen op LED met daglicht- en aanwezigheidssturing beperkt het elektriciteitsverbruik in de gemeenschappelijke gebouwen. Deze maatregelen verbeteren de energielabels, verlagen uw energiekosten en helpen u te voldoen aan de energiebesparingsplicht.
Voor ondernemers zijn er soms fiscale regelingen die investeren in energiebesparing aantrekkelijker maken, zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA). De voorwaarden en de lijst met maatregelen die in aanmerking komen wijzigen per jaar, dus controleer de actuele regeling bij RVO voordat u ergens van uitgaat. Hoeveel een maatregel oplevert, verschilt sterk per park en hangt af van de bestaande situatie, het gebruik en de energieprijzen. Concrete bedragen zijn daarom niet in het algemeen te geven. Een verduurzamingsadvies voor bedrijven brengt voor uw specifieke park in kaart welke maatregelen het meeste effect hebben en in welke volgorde u ze het beste uitvoert.
Zo regelt u de energielabels voor uw camping of recreatiepark
Kort samengevat: een recreatiepark heeft niet één label, maar meerdere. Recreatiewoningen krijgen een woninglabel bij verkoop en verhuur, tenzij een uitzondering geldt, terwijl receptie en horeca een utiliteitslabel krijgen. De label C-plicht speelt zelden, maar de energiebesparingsplicht juist vaak. En onverwarmde gebouwen kunnen buiten de labelplicht vallen. Omdat de gebouwen zo verschillen, loont het om vooraf te laten inventariseren welke labels u precies nodig heeft.
Wij nemen campings, recreatieparken en losse recreatiewoningen in heel Nederland op en stellen erkende energielabels op voor zowel de woningen als de utiliteitsgebouwen. Voor de utiliteitsdelen leest u meer op onze pagina over energielabels voor bedrijven. Neem contact met ons op voor een vrijblijvende prijsopgave of een advies op maat.
Inhoud gecontroleerd en actueel in 2026.

