Een tuincentrum is bouwkundig een van de meest bijzondere bedrijfspanden die er zijn. U vindt er een grote winkelruimte met veel glas, vaak verwarmde kassen met planten, een buitenterrein, soms een koffiehoek of restaurant, opslag en een klein kantoor voor de administratie. Die mix van functies maakt de energielabelregels voor een tuincentrum lastig te doorgronden. Heeft u een label nodig als u het pand verkoopt of verhuurt? Tellen de kassen mee? En wat betekent de energiebesparingsplicht voor een pand dat veel warmte en licht verbruikt? Hieronder zetten we op een rij wat er in 2026 geldt, zodat u weet waar u aan toe bent.

Heeft een tuincentrum een energielabel nodig?

Ja. Voor een tuincentrum is een geldig energielabel verplicht op drie momenten: bij verkoop van het pand, bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst en bij oplevering van nieuwbouw. Dat volgt uit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD), die in Nederland in nationale regels is uitgewerkt. Het label laat een koper of huurder zien hoe zuinig het pand is.

Ontbreekt het label op zo’n moment, dan kan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de eigenaar een boete opleggen. Voor bedrijfspanden liggen die boetes hoger dan voor woningen. Er is wel een belangrijke uitzondering: gebouwen of gebouwdelen die niet worden verwarmd of gekoeld voor mensen vallen buiten de labelplicht. Bij een tuincentrum speelt die uitzondering vaker dan bij de meeste panden, want lang niet alle ruimtes zijn bedoeld om mensen op temperatuur te houden. Een energielabel voor uw pand regelt u via onze pagina over energielabels voor bedrijven.

Tellen de kassen mee voor het energielabel?

Dit is de vraag die een tuincentrum onderscheidt van andere winkels. Voor het energielabel gaat het erom of een ruimte wordt verwarmd of gekoeld voor mensen. Een onverwarmde teeltkas of een koude kweekruimte, alleen bedoeld voor planten, kan buiten het label vallen. De verwarmde verkoopruimte waar klanten rondlopen, ook al is die grotendeels van glas, hoort er in de regel wel bij.

In de praktijk is een tuincentrum daardoor vaak een gebouw met meerdere zones: een verwarmd winkeldeel dat meetelt, en onverwarmde delen die dat mogelijk niet doen. Waar de grens precies ligt, hangt af van de indeling, de installaties en het gebruik van elke ruimte. Een adviseur bepaalt bij de opname per gebouwdeel welke functie het heeft en of het wordt geconditioneerd. Zo voorkomt u dat ruimtes onterecht worden meegenomen of juist worden vergeten.

Geldt de label C-plicht voor een tuincentrum?

Hier ontstaat vaak verwarring. De verplichting om minimaal energielabel C te hebben, die sinds 1 januari 2023 geldt en in 2026 nog steeds van kracht is, gaat uitsluitend over de kantoorfunctie. Kantoorgebouwen moeten sindsdien een label hebben met een maximaal primair fossiel energiegebruik van 225 kWh per vierkante meter per jaar, wat neerkomt op minimaal label C. Die eis richt zich op kantoren, niet op winkels, kassen of opslag.

Een tuincentrum bestaat vooral uit winkel- en teeltruimte, met hooguit een klein kantoor. Bovendien gelden er twee drempels voordat de label C-plicht een kantoordeel raakt. De eis geldt niet als de kantooroppervlakte kleiner is dan 50 procent van de totale gebruiksoppervlakte, en niet als de kantoorfunctie samen kleiner is dan 100 vierkante meter. Bij vrijwel elk tuincentrum is het kantoortje klein ten opzichte van de rest, waardoor de label C-plicht in de praktijk niet van toepassing is.

De energiebesparingsplicht: vaak het belangrijkste punt

Voor een tuincentrum weegt een andere verplichting meestal zwaarder dan de labelplicht: de energiebesparingsplicht. Verbruikt uw bedrijf op een locatie meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 kubieke meter gas per jaar, dan bent u verplicht om alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Een tuincentrum met kasverwarming, groei- en winkelverlichting, klimaatinstallaties en soms horeca zit sneller boven die grens dan veel andere winkels.

Welke maatregelen dit concreet zijn, staat in de Erkende Maatregelenlijst (EML) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarnaast geldt een informatieplicht: u meldt eens per vier jaar bij RVO welke maatregelen u heeft genomen. Voor zeer grote verbruikers geldt bovendien een onderzoeksplicht. De precieze verbruiksgrenzen, meldtermijnen en formulieren kunnen wijzigen, dus controleer de actuele stand altijd bij RVO of bij uw omgevingsdienst, of laat u hierover adviseren. Belangrijk: de energiebesparingsplicht staat los van het energielabel. U kunt er dus mee te maken hebben, ook als uw pand geen label C nodig heeft.

Waar let de adviseur op bij de opname?

Het energielabel wordt berekend met de NTA 8800, de rekenmethode die voor alle gebouwen in Nederland geldt. Voor een tuincentrum is vrijwel altijd een detailopname nodig. De adviseur bezoekt het pand, meet de oppervlaktes per ruimte op en legt vast hoe elk gebouwdeel is opgebouwd, hoe het is geïsoleerd en welke installaties er zijn. Bij een tuincentrum spelen zaken mee die een gewone winkel niet kent, zoals grote glasoppervlakken, hoge ruimtes, de verwarming van kassen en verkoopruimte en mechanische ventilatie.

Bewijsstukken helpen om het label accuraat en zo gunstig mogelijk vast te stellen. Denk aan bouwtekeningen, facturen van dak- of gevelisolatie, gegevens van de beglazing en specificaties van de verwarmings- en verlichtingsinstallatie. Hoe meer onderbouwing beschikbaar is, hoe minder de adviseur hoeft terug te vallen op ongunstige forfaitaire aannames.

Kansen om uw tuincentrum te verduurzamen

Bij een tuincentrum liggen de grootste kansen vaak op het dak, in de verlichting en in de klimaatregeling. Een groot dak biedt ruimte voor zonnepanelen en voor dakisolatie. Overschakelen op LED-verlichting met daglicht- en aanwezigheidssturing verlaagt het elektriciteitsverbruik in winkel en kassen flink. In de kassen kunnen energieschermen, betere beglazing en warmteterugwinning de warmtevraag stevig terugbrengen. Deze maatregelen verbeteren het energielabel, verlagen uw energiekosten en helpen u te voldoen aan de energiebesparingsplicht.

Voor ondernemers zijn er soms fiscale regelingen die investeren in energiebesparing aantrekkelijker maken, zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA). De voorwaarden, percentages en de lijst met maatregelen die in aanmerking komen wijzigen per jaar, dus controleer de actuele regeling bij RVO voordat u ergens van uitgaat. Hoeveel een maatregel oplevert, verschilt sterk per pand en hangt af van de bestaande situatie, het gebruik en de energieprijzen. Concrete bedragen zijn daarom niet in het algemeen te geven. Een verduurzamingsadvies voor bedrijven brengt voor uw specifieke pand in kaart welke maatregelen het meeste effect hebben en in welke volgorde u ze het beste uitvoert.

Tuincentrum met horeca of een bedrijfswoning?

Veel tuincentra hebben een koffiehoek of restaurant, en soms hoort er een bedrijfswoning bij. Een horecadeel is een andere gebruiksfunctie dan de winkel en telt bij de opname apart mee. Een bedrijfswoning of dienstwoning krijgt in de regel een eigen energielabel, los van het bedrijfspand, omdat de woningmethodiek geldt. Wat er voor een woning meespeelt, leest u op onze pagina over energielabels voor woningen. Bij zo’n gemengd pand kan het dus zijn dat u met meerdere labels te maken heeft.

Zo regelt u het energielabel voor uw tuincentrum

Kort samengevat: een tuincentrum heeft bij verkoop, verhuur of oplevering een energielabel nodig voor de verwarmde delen, terwijl onverwarmde kassen daar mogelijk buiten vallen. De label C-plicht geldt in principe alleen voor kantoorfuncties, dus die speelt bij een tuincentrum zelden. En onderschat de energiebesparingsplicht niet, die voor een pand met veel warmte en licht juist het belangrijkste aandachtspunt is.

Wilt u weten welk label u nodig heeft, of hoe u uw pand slim verduurzaamt? Wij nemen tuincentra en andere bedrijfspanden in heel Nederland op en stellen een erkend energielabel op. Neem contact met ons op voor een vrijblijvende prijsopgave of een advies op maat.

Inhoud gecontroleerd en actueel in 2026.