Een garagebedrijf is een pand met meerdere gezichten: een werkplaats, vaak een showroom, een balie voor klanten en een kantoortje voor de administratie. Precies die combinatie maakt de energielabelregels voor een autobedrijf verwarrend. Heeft u een energielabel nodig als u het pand verkoopt of verhuurt? Geldt de label C-plicht die u kent van kantoren ook hier? En wat betekent de energiebesparingsplicht voor een werkplaats vol apparatuur? In dit artikel zetten we op een rij wat er in 2026 geldt, zodat u weet waar u aan toe bent.
Heeft een garagebedrijf een energielabel nodig?
Ja. Voor een garagebedrijf of autobedrijf is een geldig energielabel verplicht op drie momenten: bij verkoop van het pand, bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst en bij oplevering van nieuwbouw. Dat volgt uit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD), die in Nederland in nationale regels is uitgewerkt. Het label laat een koper of huurder zien hoe zuinig het pand is.
Ontbreekt het label op zo’n moment, dan kan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de eigenaar een boete opleggen. Voor bedrijfspanden liggen die boetes hoger dan voor woningen. Er zijn wel uitzonderingen: gebouwen die niet worden verwarmd of gekoeld voor mensen vallen buiten de labelplicht. Een volledig onverwarmde stallingsruimte kan daaronder vallen, maar een verwarmde werkplaats met showroom en kantoor valt er in de praktijk vrijwel altijd wel onder. Een energielabel voor uw pand regelt u via onze pagina over energielabels voor bedrijven.
Geldt de label C-plicht voor een autobedrijf?
Dit is het grootste misverstand. De verplichting om minimaal energielabel C te hebben, die sinds 1 januari 2023 geldt en in 2026 nog steeds van kracht is, gaat uitsluitend over de kantoorfunctie. De eis richt zich op kantoorgebouwen, niet op werkplaatsen, showrooms of stallingsruimtes. Een garagebedrijf bestaat vooral uit werkplaats en verkoopruimte, geen kantoor. Daardoor valt zo’n pand als geheel meestal niet onder de label C-plicht.
Er gelden bovendien twee drempels voordat de label C-plicht een kantoordeel raakt. De eis geldt niet als de kantooroppervlakte kleiner is dan 50 procent van de totale gebruiksoppervlakte van het gebouw. En de eis geldt niet als de kantoorfunctie, inclusief bijbehorende ruimtes, samen kleiner is dan 100 vierkante meter. Bij de meeste autobedrijven is het kantoortje klein ten opzichte van de werkplaats, waardoor de label C-plicht niet van toepassing is.
Let op het kantoor- en showroomdeel
De valkuil zit in de verhouding tussen de ruimtes. Heeft uw autobedrijf een ruim kantoorgedeelte voor verkoop, administratie en planning dat groter is dan 100 vierkante meter en tegelijk meer dan de helft van de totale oppervlakte beslaat, dan kan de label C-plicht toch in beeld komen voor dat kantoordeel. Let op: een showroom telt in de regel niet mee als kantoorfunctie. Een showroom is een verkoop- of bijeenkomstruimte, geen kantoor. Dat onderscheid is belangrijk, want het bepaalt of u onder de C-plicht valt. Omdat elke indeling anders is, loont het om de oppervlakte per functie goed te laten vastleggen. Een adviseur kijkt naar de gebruiksoppervlakte per gebruiksfunctie, zodat u zeker weet waar u aan toe bent.
De energiebesparingsplicht: vaak belangrijker dan het label
Voor een garagebedrijf weegt een andere verplichting vaak zwaarder dan de labelplicht: de energiebesparingsplicht. Verbruikt uw bedrijf op een locatie meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 kubieke meter gas per jaar, dan bent u verplicht om alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Een werkplaats met hefbruggen, compressoren, een spuitcabine, verwarming en veel verlichting zit sneller boven die grens dan u wellicht denkt.
Welke maatregelen dit concreet zijn, staat in de Erkende Maatregelenlijst (EML) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarnaast geldt een informatieplicht: u meldt eens per vier jaar bij RVO welke maatregelen u heeft genomen. Voor zeer grote verbruikers geldt bovendien een onderzoeksplicht. De precieze verbruiksgrenzen, meldtermijnen en formulieren kunnen wijzigen, dus controleer de actuele stand altijd bij RVO of laat u hierover adviseren. Belangrijk: de energiebesparingsplicht staat los van het energielabel. U kunt er dus mee te maken hebben, ook als uw pand geen label C nodig heeft.
Waar let de adviseur op bij de opname?
Het energielabel wordt berekend met de NTA 8800, de rekenmethode die voor alle gebouwen in Nederland geldt. Voor een garagebedrijf is vrijwel altijd een detailopname nodig. De adviseur bezoekt het pand, meet de oppervlaktes per ruimte op en legt vast hoe elk gebouwdeel is opgebouwd, hoe het is geïsoleerd en welke installaties er zijn. Bij een autobedrijf spelen zaken mee die een woning niet kent, zoals de verwarming van een hoge werkplaats, de verlichting van showroom en werkruimte, en mechanische ventilatie in verband met uitlaatgassen.
Bewijsstukken helpen om het label accuraat en zo gunstig mogelijk vast te stellen. Denk aan bouwtekeningen, facturen van dak- of gevelisolatie en gegevens van de verwarmings- en verlichtingsinstallatie. Hoe meer onderbouwing beschikbaar is, hoe minder de adviseur hoeft terug te vallen op ongunstige forfaitaire aannames.
Kansen om uw garagebedrijf te verduurzamen
Bij een autobedrijf liggen de grootste kansen vaak op het dak en in de verlichting. Een groot dak biedt ruimte voor zonnepanelen en voor dakisolatie. Overschakelen op LED-verlichting met daglicht- en aanwezigheidssturing verlaagt het elektriciteitsverbruik in werkplaats en showroom flink. Ook een efficiëntere verwarming van de werkplaats en het isoleren van grote roldeuren kunnen veel opleveren. Deze maatregelen verbeteren het energielabel, verlagen uw energiekosten en helpen u te voldoen aan de energiebesparingsplicht.
Voor ondernemers zijn er soms fiscale regelingen die investeren in energiebesparing aantrekkelijker maken, zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA). De voorwaarden, percentages en de lijst met maatregelen die in aanmerking komen wijzigen per jaar, dus controleer de actuele regeling bij RVO voordat u ergens van uitgaat. Hoeveel een maatregel oplevert, verschilt sterk per pand en hangt af van de bestaande situatie, het gebruik en de energieprijzen. Concrete bedragen zijn daarom niet in het algemeen te geven. Een verduurzamingsadvies voor bedrijven brengt voor uw specifieke pand in kaart welke maatregelen het meeste effect hebben en in welke volgorde u ze het beste uitvoert.
Garagebedrijf met een bedrijfswoning?
Hoort er bij het autobedrijf ook een bedrijfswoning of dienstwoning, dan geldt daarvoor de woningmethodiek. Zo’n woning krijgt in de regel een eigen energielabel, los van het bedrijfspand, omdat het om een andere gebruiksfunctie gaat. Wat er voor een woning meespeelt, leest u op onze pagina over energielabels voor woningen. Bij een gemengd pand kan het dus zijn dat u met meerdere labels te maken heeft.
Zo regelt u het energielabel voor uw garagebedrijf
Kort samengevat: een garagebedrijf of autobedrijf heeft bij verkoop, verhuur of oplevering een energielabel nodig, tenzij het pand niet wordt verwarmd of gekoeld. De label C-plicht geldt in principe alleen voor kantoorfuncties, dus let vooral op als er een groter kantoordeel bij hoort. En onderschat de energiebesparingsplicht niet, die voor een werkplaats vaak juist het belangrijkste aandachtspunt is.
Wilt u weten welk label u nodig heeft, of hoe u uw pand slim verduurzaamt? Wij nemen garagebedrijven en andere bedrijfspanden in heel Nederland op en stellen een erkend energielabel op. Neem contact met ons op voor een vrijblijvende prijsopgave of een advies op maat.
Inhoud gecontroleerd en actueel in 2026.

